|
|
Dieren en hun geneeskunde (DVD) (met Eos-korting)

Hoe sterk is de gelijkenis tussen dieren en mensen? Deze film reist de wereld rond om te ontdekken hoe dieren geneesmiddelen gebruiken, welk besef zij hebben van hun gezondheid en hoe medische kennis van de ene op de andere generatie wordt doorgegeven. En tegelijkertijd stelt deze documentaire de vraag wat wij van de dieren kunnen leren over geneeskunde.
EOS-prijs: 11,97 euro in plaats (= 20 procent korting)
Vul de code EOSALU in bij het bestellen op de site van Azur.
20 procent korting is geldig tot 31 januari 2009
Klik hier om dit boek te bestellen bij Azur.be
|
DE aarde vanuit de hemel (met Eos-korting)

Dit bekende fotoboek bevat ruim 90 nooit eerder gepubliceerde foto's en nieuwe teksten die u doen nadenken over de toekomst van onze planeet en inzicht geven in de ecologische toestand van de aarde.
EOS-prijs: 43,19 euro in plaats van 51,29 euro (= 20 procent korting)
Vul de code EOSALU in bij het bestellen op de site van Azur.
20 procent korting is geldig tot 31 januari 2009
Klik hier om dit boek te bestellen bij Azur.be
|
Archeologie (met Eos-korting)

Dit prachtig geïllustreerde boek biedt een wereldwijd overzicht van de indrukwekkende verscheidenheid aan vindplaatsen in de wereld van de archeologie. Het eerst deel van het boek is gewijd aan de mannen en vrouwen die verantwoordelijk zijn geweest voor veel belangrijke archeologische ontdekkingen. In het tweede deel komen de bekendste archeologische sites aan bod.
EOS-prijs: 19,99 (= 20 procent korting)
Vul de code EOSALU in bij het bestellen op de site van Azur.
20 procent korting is geldig tot 31 januari 2009
Klik hier om dit boek te bestellen bij Azur.be
|

We worden niet zomaar op elke man of vrouw verliefd. Onze partnerkeuze is voor een groot deel biologisch bepaald. Dat is de kernboodschap van het nieuwste boek van ‘liefdesexperte’ Helen Fisher. Maar de bekende antropologe en biologe vergeet dat mensen zich niet zo makkelijk in hokjes laten duwen.
Je vult vier reeksen van telkens 14 meerkeuzevragen in, telt daarna je score uit, en hop, je kent je persoonlijkheidstype. Ben je een Verkenner, Bouwer, Regelaar of Onderhandelaar? Volgens de 64-jarige Amerikaanse antropologe Helen Fisher hoort elke man of vrouw in één van deze vier categorieën thuis. Dat heeft zo zijn gevolgen: afhankelijk van je persoonlijkheidstype – of beter: je temperament – varieert je partnerkeuze. Twee Verkenners passen uitstekend bij elkaar, twee Bouwers ook, terwijl een Onderhandelaar liever met een Regelaar gaat (en omgekeerd, dat komt goed uit). Fishers koppelschema werkt zowel voor de prille verliefdheid als voor langdurige relaties. Het bijzondere aan haar methode – want ze is niet de enige die over dit onderwerp publiceert – is de wetenschappelijke gedegenheid: vanuit haar achtergrond als biologe verbindt ze ieders temperament met zijn interne biologie. Onze partnerkeuze wordt volgens haar voor een groot stuk bepaald door de biologie. Of hoe dopamine in de hersenen ons net voor díe man of vrouw doet kiezen.
Waarom hij, waarom zij? is de vrucht van Fishers verbintenis met de populaire datingwebsite www.match.com. In 2005 werd ze gevraagd om een aparte website mee te lanceren: www.chemistry.com waarin mensen met elkaar worden gekoppeld op basis van hun biologische kenmerken: allerhande chemische stoffen in de hersenen en hormonen. Het doet denken aan de experimenten met bezwete T-shirts die de Zwitserse antropoloog Claus Wedekind in de jaren negentig van vorige eeuw bij vrouwen uitvoerde. Hij ontdekte toen dat vrouwen zich seksueel aangetrokken voelen tot mannen met een tegengesteld immuunsysteem. Er bestaan al websites die je aan de hand van één zweetstaal aan de ‘juiste’ partner koppelen. Maar Fisher richt zich niet op de rechtstreekse chemische connectie tussen de lichamen van mogelijke partners. Mensen met veel dopamine (een neutrotransmitter) in hun hersenen zijn doorgaans erg creatief en impulsief en houden van verandering. Deze ‘Verkenners’ passen volgens hun temperament – Fisher gebruikt deze term voor het aangeboren deel van de persoonlijkheid – bij elkaar, en dus niet alleen omdat ze allebei dopamine hebben. Een verhoogd serotonineniveau zou van iemand een Bouwer maken: loyaal, sociaal vaardig en ietwat conservatief.
Maar al is haar opzet wetenschappelijk, Fishers manier van werken doet soms toch de wenkbrauwen fronsen. Zo moeten de deelnemers aan www.chemistry.com geen bloed- of speekselstaal opsturen om hun gehalte dopamine of testosteron te laten meten, maar vullen ze Fishers persoonlijksheidstest in. Daarin zitten wel wat controlevragen – zoals: Is je middelvinger veel langer dan je wijsvinger?, wat een indicator is voor testosteron – maar iedereen die al eens een profiel aanmaakte op het internet, weet hoe betrouwbaar zulke vragenlijsten zijn. Het voordeel voor Fishers onderzoek is wel dat ze haar schema kan bijsturen aan de hand van de gegevens van miljoenen mensen: een testpubiek waar gedragsonderzoekers doorgaans alleen van kunnen dromen.
Fisher schrijft meeslepend over de link tussen onze persoonlijkheid en onze biologie, en haar koppelschema oogt tegelijk glashelder en wetenschappelijk gefundeerd. Maar naar één element is het in de persoonlijkheidstest vergeefs zoeken: de Amerikaanse (is dit misschien een verklaring?) lijkt er niet bij stil te staan dat er in een goede relatie ook af en toe wat gelachen moet worden. Het woord humor komt geen enkele keer voor in dit boek. Mogelijk is het chemisch-biologische equivalent van ‘gevoel voor humor’ in de hersenen nog niet gevonden. U hoeft Fishers persoonlijkheidstest en koppelschema dus niet al te serieus te nemen, ook in de liefde zegeviert doorgaans het gezond verstand. (Senne Starckx)
Lees ook het interview met Helen Fischer uit Psyche&Brein.
Helen E. Fischer, Contact, 287 pag., 18,95 euro, ISBN 9789025424558
Klik hier om dit boek te bestellen bij Azur.be
|

Kruistocht met rekenmachine
‘De cijfers liegen er niet om.’ Dat zinnetje horen we zo vaak op de radio of op tv. Ook in kranten en tijdschriften krijgen studies en cijfers veel kolommen toebedeeld. Getallen en grafieken hebben een aureool van onaantastbaarheid. Maar de Nederlandse wetenschapsjournalist Hans van Maanen toont in 256 pagina’s waar de addertjes zitten.
Van Maanen heeft van het doorprikken van wetenschappelijke fabels zijn missie gemaakt. Vier jaar lang had hij een column in de Volkskrant, waarin hij studies als ‘Chocola even goed als aspirine’ narekende. Als geen ander weet hij fouten te vinden in de statistische rekenmethodes. De vele voorbeelden en de statistiek die je kunt gebruiken om ze te kraken staan in Goochelen met getallen.
Met het boek kan je je, aldus Van Maanen, wapenen ‘tegen de ongare en halfgare cijferbrij die dagelijks over (je) wordt uitgestort’. Er worden steeds meer getallen geproduceerd en de cijfers worden via het internet razendsnel overgenomen en gaan soms een eigen leven leiden. Als er in 2000 nog tientallen meisjes het slachtoffer zijn geworden van loverboys, dan zijn het er vier jaar later volgens de kranten ineens enkele duizenden. Hoe hebben ze dat kunnen meten? En hoe nauwkeurig? Als het aantal autodiefstallen met 5,68 procent is gestegen, noemen journalisten dat heel vlug ‘fors’ of ‘beduidend’, maar waren het er vorig jaar 88 en nu 93? Dan is dat een toename van maar 5 auto’s. Het weglaten van de uitgangswaarde is een van de elegantste trucs bij het goochelen met getallen.
Het inkorten van de verticale as of y-as bij grafieken is dan weer een methode om verschillen wat vetter aan te zetten. Een y-as die – om bijvoorbeeld het jaarlijkse aantal echtscheidingen weer te geven – begint vanaf 30.000 en eindigt bij 36.000 levert gauw een grafiek op met scherpe bergen en diepe dalen. Maar dezelfde grafiek wordt een saaie streep met heel wat minder ‘nieuwswaarde’ als je de y-as van nul laat beginnen en in tienduizendtallen verdeelt. De resultaten komen met andere woorden weer in perspectief. Na het lezen van het boek zult u die verdraaide y-as nooit meer over het hoofd zien.
Van Maanen gaat van de voorbeelden uit de dagelijkse actualiteit geruisloos over in theoretische stukken over percentages, verhoudingen, gemiddelden, spreiding, normaalverdeling, kansberekening, betrouwbaarheid, significantie tot zelfs de chi-kwadraattoets. Een cursus statistiek die vaak te veel was voor Korneel. Het is bijna onvermijdelijk dat het boek vooral door statistici en sceptici gelezen zal worden, die al kritisch waren voor de zoveelste studie over het effect van koffie op de gezondheid. Een bevestiging van hun natuurlijke wantrouwen. Rekenleken verzuipen echter na de vlotte, anekdotische en grappige passages in de stroom van cijfers en wiskundige redeneringen. Hoe goed Van Maanen het ook met die lezer voor heeft.
Het is niet iedereen gegeven om het origineel van een studie op te zoeken en te doorploegen. Van Maanen heeft het voor ontzettend veel onderzoeken van de voorbije tien jaar wél gedaan. Zo maakt hij brandhout van het onderzoek dat een verband had gevonden tussen voetbal op tv en dodelijke hartinfarcten. Volgens Utrechtse wetenschappers waren er bij de kwartfinale van het EK-voetbal in 1996 tegen Frankrijk – toen Oranje verloor na een gemiste penalty van Clarence Seedorf – in Nederland maar liefst veertien hartdoden extra te betreuren. Van Maanen wijst op het ontbreken van een nulhypothese en statistische toetsing.
Ander voorbeeld: het vaak terugkerende item dat er negen maanden na een stroompanne een geboortegolf volgt. Zoals in het dorpje Maasdriel. Daar werden in september 2008 44 procent meer baby’s geboren dan in dezelfde maand het jaar voordien. Het nieuws haalde zelfs CNN. Maar met alleen cijfers van 2008 en 2007 kan je geen geboortepiek bewijzen, schrijft Van Maanen, die in het boek statistische kennis altijd combineert met gezond verstand. Mochten alle baby’s echt ‘stroomstoringsbaby’s’ zijn, dan hadden veel vrouwen van dat kleine dorp net die nacht van de stroompanne een eisprong moeten hebben. Onwaarschijnlijk. ‘En mensen zijn toch geen konijnen die een onbedwingbare behoefte tot voortplanting ontwikkelen als zich even een gelegenheid voordoet? Mensen zijn denkende wezens.’ Dit boek zet journalisten en krantenlezers alvast verder aan het denken en doet iedereen argwanend kijken naar de vele cijfers en grafieken die we onder de neus krijgen. – (Reinout Verbeke)
Hans van Maanen, Goochelen met getallen, Uitgeverij Boom/SUN, 256 pag., ISBN 9789085068358
Klik hier om dit boek te bestellen bij Azur.be
|

Dit boek is een aanrader bij het artikel uit Eos-magazine, nr. 1, 2010: 'De natuur zit niet onder een stolp'.
Leo Zwarts, Living on the Edge, Knnv Uitgeverij, ISBN 9789050112802
Klik hier om dit boek te bestellen bij Azur.be
|

Dit boek is een aanrader bij het interview met Richard Wiseman uit Eos-magazine, nr. 1, 2010: "Wetenschap als entertainment".
Richard Wiseman, Quirkology onalledaags onderzoek naar het dagelijks leven, A.W. Bruna Uitgevers, ISBN 9789022994191
Klik hier om dit boek te bestellen bij Azur.be
|

Dit boek is een aanrader bij het artikel in Eos-magazine, nr. 1, 2010: ''In het spoor van Alexander von Humboldt"
W Lack, ALEXANDER VON HUMBOLDT, PRESTEL, ISBN 9783791341422
Klik hier om dit boek te bestellen bij Azur.be
|
Het grootste spektakel ter wereld

Met God als misvatting jaagde hij de gelovigen aller landen al de gordijnen in. Nu legt Richard Dawkins zich opnieuw toe op zijn corebusiness. Met Het grootste spektakel ter wereld wil ‘Darwins bulldog’ aantonen dat evolutie een onweerlegbaar feit is.
Eén op de vier Belgen en één op de drie Nederlanders gaat niet akkoord met de stelling dat de mens uit eerdere diersoorten is geëvolueerd en ruim veertig procent van de Amerikaanse bevolking is ervan overtuigd dat het leven op aarde sinds het ontstaan ervan niet is veranderd. Hoog tijd dus om het steeds aangroeiende bewijs voor evolutie eens in de verf te zetten, vond Dawkins, nadat hij zich had gerealiseerd dat hij in zijn eerdere boeken over het thema nooit expliciet op die bewijzen had gewezen.
Het resultaat is een bijzonder begeesterde lofzang – telt u eens hoe vaak het woord ‘prachtig’ in dit boek voorkomt – op de diversiteit van het leven en het ontstaan daarvan. Net zoals Darwin dat in On the Origin of Species deed, effent Dawkins het pad naar natuurlijke selectie met een verhaal over kunstmatige selectie. Want als de mens erin slaagt om in een paar millennia een wolf in een pekinees te veranderen, tot welke krachttoeren is de niet-willekeurige overleving van planten en dieren gedurende miljoenen jaren dan in staat?
Nadat de lezer in de juiste stemming is gebracht, volgt een vurig relaas over onder meer fossielen en vermeende ontbrekende schakels, embryonale ontwikkeling, soortvorming en verwantschap. Dawkins vertelt daarbij met evenveel enthousiasme over bacteriën en trilhaarwormen als over de supersnelle evolutie van guppy’s en de vreemde stembanden van de giraf. Hoewel de hem zo kenmerkende uitweidingen en zijsprongen soms wat te ver leiden en de overzichtelijkheid niet altijd ten goede komen, is de kernboodschap duidelijk: wat we om ons heen zien is precies wat we zouden verwachten als evolutie heeft plaatsgevonden – en wat we níet zouden verwachten als er een ontwerper aan het werk was geweest. Waarom zou die bijvoorbeeld de koala uitrusten met een buidel met opening aan de onderkant? Nogal onpraktisch voor een boombewoner, maar wel logisch als je weet dat de voorouders van Australiës sympathiekste planteneter op de grond leefden en uitstekende gravers waren. Een naar voren wijzende buidelopening had hun jongen voortdurend een bek vol zand opgeleverd.
Geschiedenisontkenners
Dawkins schreef zijn boek naar eigen zeggen niet in de eerste plaats voor de mensen die het bestaan van evolutie ontkennen – de ‘geschiedenisontkenners’ zoals hij ze noemt – maar voor hun vrienden en kennissen, opdat die in discussies niet met hun mond vol tanden zouden staan. Het is natuurlijke de vraag of veel ‘geschiedenisontkenners’ op basis van wetenschappelijke bewijzen hun gedachtegoed zullen afvallen. Bioloog Paul Myers, net als zijn Britse collega een ijverig bestrijder van creationisme, merkte dat eerder al op op zijn populaire blog Pharyngula. Plaats je mensen die de evolutietheorie verwerpen in een ‘discussieraster’, waarbij de X-as van links naar rechts de mate van ‘redelijkheid’ aangeeft en de Y-as van boven naar onder de mate van ‘onenigheid’, dan is het kwadrant van de ‘waardige tegenstanders’ rechts onderaan – niet akkoord maar redelijk – volgens Myers zo goed als leeg. In het kwadrant daarnaast, dat van de ‘weirdo’s’ die niet akkoord gaan én niet voor rede vatbaar zijn, is het dan weer drummen geblazen. Of zoals Dawkins het in een minder diplomatische bui ooit zelf verwoordde: ‘Om niet in evolutie te geloven moet je onwetend, dom of gek zijn’.
Dat het niet eenvoudig is om creationisten van hun ideeën af te brengen, blijkt uit het in het boek opgenomen ‘debat’ tussen Dawkins en de voorzitter van Concerned Women for America Wendy Wright, waarbij alle wetenschappelijke argumenten met onzinnige prietpraat van tafel worden geveegd. De frustratie van de arme man is dan ook haast tastbaar.
Maar Dawkins voelt zich ‘op een erbarmelijke manier’ getroost door peilingen die uitwijzen dat het met de wetenschappelijke kennis in het algemeen niet al best is gesteld – in veel Europese landen gelooft bijna een vijfde van de bevolking dat de aarde in één maand om de zon draait. Dat betekent dat ten minste een deel van de geschiedenisontkenners niet zozeer gekant is tegen een specifieke natuurwetenschap maar gewoon algemeen wetenschappelijk ongeletterd is. En dus blijft de fulltime wetenschapspopularisator dapper aan de kar trekken. – (Dieter De Cleene))
Het grootste spektakel ter wereld: bewijs voor evolutie; Richard Dawkins; Nieuw Amsterdam; 446 pag.; ill., 27,50 euro; ISBN 9789046806517
Klik hier om dit boek te bestellen bij Azur.be
|
De dokter kan niets vinden

Stelt u zich eens voor dat u chronisch vermoeid bent, dat u zich constant niet lekker voelt of dat u steeds een knagende pijn voelt. En dat de talloze artsen die u raadpleegt, medische tests uitvoeren om de oorzaak te achterhalen, maar telkens met de boodschap komen dat ze helaas niets kunnen vinden. De kans dat u te horen krijgt dat uw probleem tussen uw oren zit is op zo'n moment heel reëel, maar lang niet altijd terecht. Psychofysioloog Jan Houtveen hield zich jarenlang met medisch onverklaarbare klachten bezig. Hij las heel wat artikelen in internationale wetenschappelijke tijdschriften, bezocht symposia in binnen- en buitenland, deed zelf onderzoek en vergeleek zijn bevindingen met die van collega-onderzoekers. Hij bracht alles samen in dit boek, omdat hij ervan overtuigd is dat kennis uit wetenschappelijk onderzoek vaak te traag de medische praktijk en de patiënt bereikt. Naast wetenschappelijk gegronde feiten, besteedt Houtveen ook aandacht aan nog niet bewezen maar veelbelovende visies, en onthult hij flagrant onjuiste stellingen. Hij gaat daarbij uit van twee verzonnen casussen van jonge dertigers – Leonie die na een flinke griep totaal uitgeput raakt en Theo die worstelt met een onverklaarbare stekende pijn in zijn linker borststreek – en bekijkt ze telkens door een andere bril. Speelt stress een rol? Zitten de spieren, het zenuwstelsel of de ademhaling er voor iets tussen? Hoe zit het met de invloed van hormonen? Is er iets mis met het immuunsysteem? Deugt het medische systeem niet? Leuk aan het boek is vooral dat Houtveen ingewikkelde details in aparte kadertjes behandelt, zodat de al dan niet gevorderde lezer – zowel een arts als een patiënt – zelf kan bepalen hoe diepgaand hij het boek wil lezen.
Het raadsel van medisch onverklaarde lichamelijke klachten, Jan Houtveen, Bert Bakker, 17,95 euro, 240 pag., ISBN 9789035134003
Klik hier om dit boek te bestellen bij Azur.be
|
|
|