Bij de joden die pas na de Tweede Wereldoorlog naar Israël trokken, en die dus ‘blootgesteld’ werden aan de Holocaust, komt vaker kanker voor dan bij de joden die al voor de oorlog waren gevlucht.
Dat is de opmerkelijke conclusie van een nieuwe studie naar het verband tussen fysieke en psychische stress (hongersnood, hevige mentale stress) en een verhoogd risico op kanker. Eerdere studies, uitgevoerd bij niet-joodse bevolkingsgroepen, konden hieromtrent nog geen ondubbelzinnig verband aantonen.
Israëlische onderzoekers van de universiteit van Haifa vergeleken twee grote groepen van Israëlische joden (met Europese roots) met elkaar. In de eerste groep zaten ruim 300.000 joden die vóór of in de eerste jaren van WO II naar Israël waren geëmigreerd, de tweede groep bestond uit joden die pas na 1945 (en tot 1989) uit Europa waren vertrokken. De wetenschappers gebruikten dit nogal botte criterium om onderscheid te maken tussen joden die niet (rechtstreeks) onder de Holocaust hebben geleden, en zij die wel in kampen hebben gezeten, vervolgd zijn geweest of hebben moeten onderduiken.
In de aan de Holocaust ‘blootgestelde’ groep kwam vaker kanker (alle types) voor dan in de ‘niet-blootgestelde groep’. Het verhoogde voorkomen geldt zowel voor vrouwen als mannen. Hoe jonger de joden van de blootgestelde groep waren tijdens de oorlog, des te hoger het risico op kanker, ontdekten de onderzoekers. De kankers die vooral meer voorkwamen, waren borstkanker en darmkanker.
De studie zet een aantal kanttekeningen bij eerder kankeronderzoek naar omgevingsfactoren, bijvoorbeeld dat een lager verbruik van calorieën niet altijd het risico op kanker verlaagt. Als het caloriearme dieet gepaard gaat met extreme fysieke of mentale stress kan het de positieve effecten tenietdoen. (sst)
Lees ook op eosmagazine.eu: