Het gehuil van pasgeboren baby’s verraadt sporen van de moedertaal.
Dat foetussen al tijdens de laatste drie maanden voor de geboorte geluiden uit de omgeving oppikken, was al bekend. Het gaat dan vooral om het ‘onthouden’ van de toonhoogte in spraak en muziek. Nieuwbakken ouders ‘praten’ daarom graag in wisselende intonatie met hun baby, want het zijn de verschillen in toonhoogte die tot de baby doordringen.
Tot nog toe dacht men dat geluiden afkomstig van buiten de baarmoeder geen invloed hadden op de geluiden die de baby’s na de geboorte maken. Maar Duitse en Franse wetenschappers hebben ontdekt dat dit niet zo is. In het gehuil van pasgeboren baby’s vonden zij wel degelijk kenmerken terug van de taal van de ouders. Baby’s leren hun moedertaal al van voor de geboorte.
De onderzoekers lieten 60 baby’s tusssen drie en vijf dagen oud, huilen voor hun geluidsrecorder. De ene helft van de baby’s was Duits, de andere helft had Franssprekende ouders. Individuele verschillen daargelaten, huilden de Franse baby’s onmiskenbaar anders dan hun de Duitse borelingen. Bij de Franse baby’s was er sprake van een stijgende intonatie in het gehuil – net zoals volwassen Fransen praten. De Duitse baby’s huilden in dalende intonatie. De baby’s hadden in de baarmoeder al een basiskenmerk van hun moedertaal opgepikt.
Baby’s kunnen pas geluiden imiteren vanaf de leeftijd van 12 weken. Dat komt doordat het spraakmechanisme in het strottenhoofd en de mondholt daarvóór nog niet voldoende ontwikkeld is. Maar huilen lukt baby’s al vanaf ze het eerst licht zien, buiten de buik van hun moeder. De intonatie in het gehuil is mogelijk hun enige middel om de aandacht van de moeder te trekken, schrijven de onderzoekers. (sst)