Op woensdag 3 maart is de Europese ruimtesonde Mars Express het kleine Marsmaantje Phobos genaderd tot op 67 kilometer. De data die daarbij verzameld zijn moeten wetenschappers meer inzicht verschaffen in de oorsprong van Phobos en andere manen van de tweede generatie.
Er is iets vreemds met het slechts enkele tientallen kilometers grote Marsmaantje Phobos. Uit eerdere fly-by's is gebleken dat het geen massief brok gesteente kan zijn. Phobos zou voor 25 tot 35 procent poreus zijn. Dat doet planeetonderzoekers vermoeden dat dit maantje een losse samenklontering van puin is, met grote en kleine brokken en daartussen mogelijk grote holtes. Of dat inderdaad zo is, zal moeten blijken uit analyse van de radiosignalen die Mars Express naar de aarde zond.
'Phobos is in ons zonnestelsel waarschijnlijk een object van de tweede generatie', zegt Martin Paetzold van de Universiteit van Keulen en hoofdonderzoeker van Mars Radio Science. 'Tweede generatie betekent dat Phobos ontstond nadat Mars zich vormde. Beide zouden dus niet samen geboren zijn uit dezelfde stofwolk.' Van andere manen, zoals Amalthea rond Jupiter, wordt hetzelfde vermoed.
Bij de huidige dichte nadering van Phobos zijn geen foto's gemaakt. Dat gebeurt tijdens de negen volgende naderingen in de maand maart.