Wat heeft de dinosauriërs doen uitsterven? Een meterietinslag of enorme vulkaanuitbarstingen? 41 wetenschappers hebben de belangrijkste studies van de voorbije jaren samengebracht en zijn het erover eens: het kon alleen een meteoriet zijn.
Dit is het meest bekende scenario. Een reuzegrote meteroriet, met een doorsnede van 15 kilometer, slaat in op het schiereiland Yucatán in het huidige Mexico. Ze doet dat met een snelheid van twintig keer die van een geweerkogel en er komt bij de inslag een miljard keer meer energie vrij dan bij de atoombom van Hiroshima. De inslag veroorzaakt hevige aardbevingen, tsunami’s en de hitte verbrandt al het leven in een omtrek van honderden kilometer. Het stof en de rook die bij de inslag de atmosfeer ingeslingerd worden, verdonkeren de aarde. Gevolg: een globale winter en een van de grootste massa-uitsterving uit de geschiedenis van de aarde. Ongeveer 70 procent van alle levende wezens op onze planeet verdwijnen tijdens de overgang van het krijttijdperk naar het tertiair.
Of de dinosauriërs ook zo aan hun einde kwamen, was tot nu toe een groot punt van dispuut onder wetenschappers. Velen denken dat enorme vulkaanuitbarstingen op het huidige Indië verantwoordelijk zijn voor de dino-sterfte. Andere voeren giftige stoffen in meren aan als oorzaak, nog andere houden het op een tekort aan wijfjesdino’s. Maar een studie van 41 wetenschappers, waaronder twee Belgische onderzoekers, in Science deze week, waarin data uit twintig jaar onderzoek werd nageplozen, is duidelijk: het kon alleen een meteroriet zijn geweest.
Iridium
De opeenvolging van fossielen toont volgens de groep onderzoekers, onder leiding van de Duitse hoogleraar Peter Schulde van de Universiteit van Erlangen, overduidelijk aan dat het wereldwijde massa-uitsterven van de dinosauriërs exact samenvalt met de wereldwijd aangetroffen gesteentelaag van 65 miljoen jaar oud waarin het zeldzame iridium werd aangetroffen. Er zit veel meer iridium in asteroïden en kometen dan in gesteenten op aarde. Dus moest die laag er gekomen zijn door neerslaand stof van een meteorietinslag. De precieze plek van de inslag werd in 1991 ontdekt: de 200 kilometer brede Chicxulub-krater op Yucatán in de Golf van Mexico.
De onderzoekers voegden aan het al bestaande onderzoek nog een computersimulatie toe die aangeeft dat de inslag zo heftig moet zijn geweest dat de meeste dier- en plantensoorten binnen een paar dagen dood waren. De wereldwijde roetnevel na de inslag leidde er sowieso toe dat het kouder werd, waardoor de hele voedselketen ineenstortte. Er zijn bewijzen dat het plankton in de zeeën plots afstierf en dat er geen bomen meer groeiden. Daardoor stierven de planteneters, en op hun beurt de dino’s die van planteneters leefden.
De andere hypothese over de enorme vulkaan in het huidige Indië die 1,5 miljoen jaar lang stof, zwavel en vulkanische gassen uitspuwde, is volgens de onderzoekers onvoldoende om het plotse massale uitsterven te verklaren. De afname van het aantal fossielen en hun diversiteit volgt namelijk heel snel op de plotse iridium-toename in de gesteenten. Een langzaam proces zoals een vulkaan kan die pijlafname in biodiversiteit niet verklaren.
Critici van de meteorietentheorie voeren data aan dat de inslag van de Chicxulub-krater 300.000 jaar eerder plaatsvond dan de massa-uitsterving. Maar Schulte en zijn team denken dat die hypothese het gevolg is een verkeerde interpretatie van de geologische data. De inslag heeft de ondergrond namelijk sterk dooreengeschud, waardoor de geologische data daar niet meer betrouwbaar zijn.
Hoewel ze het exacte bewijs niet hebben, zijn ze ervan overtuigd dat de reeks argumenten maar naar één oorzaak leiden: de meteorietinslag op Yucatán, 65 miljoen jaar geleden. (rvb)