Soort zoekt soort, daar zijn ook wetenschappers van overtuigd. Een vergelijkbare opleiding, achtergrond en aantrekkelijkheid spelen een rol. Maar omgevingsfactoren zijn niet allesbepalend. In haar nieuwste boek legt antropologe Helen Fisher uit welke biologische factoren ons (meestal onbewust) net voor díe man of vrouw doen kiezen.
Door Senne Starckx / pdf van het artikel
Waar komt uw fascinatie voor de biologie van de liefde eigenlijk vandaan?
'Mijn zus en ik zijn een identieke tweeling. Toen we jong waren,
vroegen de mensen voortdurend aan ons of we dezelfde kleren droegen, of we met hetzelfde speelgoed speelden, of we dezelfde vrienden hadden... Je weet wel, het soort vragen dat iedereen aan een tweeling stelt. Ik denk dat toen ergens mijn interesse is ontstaan voor de dingen die mensen met elkaar gemeen hebben, die alle mensen bezitten. Niet de huidskleur of andere fysieke kenmerken die ons verdelen. Aan de universiteit, tijdens de biologielessen, kwam ik erachter dat wat wij allemaal delen ons evolutionaire lot is: we zijn voorgeprogrammeerd om kinderen op de wereld te zetten, om onze genen door te geven aan volgende generaties.
Maar om kinderen te krijgen, moet je eerst seks hebben. Seks en bij uitbreiding liefde bezitten dus een sterke biologische basis in onze hersenen, in die zin dat bepaalde ‘voorkeuren’ zijn aangeboren, en die bezit iedereen dus onbewust. Het klopt dat opvoeding en omgeving een rol spelen in je partnerkeuze – op wie je verliefd wordt – maar het is nu eenmaal zo dat sommige mensen van nature assertiever, nieuwsgieriger, koppiger of positiever ingesteld zijn dan anderen. Ook ons gedrag wordt in sterke mate gestuurd door onze biologie. Dat heb ik bij tientallen hersenscans van mensen zelf kunnen zien.'
Fisher deelt mannen en vrouwen in volgens hun temperament, wat ze het aangeboren deel van de persoonlijkheid noemt. Ze kent vier types: Verkenners (impulsieve en levenslustige mensen), Onderhandelaars (empathisch, fantasierijk), Regelaars (analytisch, veeleisend) en Bouwers (behoedzaam, ordelijk). Maar de vier soorten sluiten elkaar niet uit. Iemand kan in de eerste plaats een Verkenner zijn, maar ook de eigenschappen van een Regelaar bezitten. Over zichzelf zegt Fisher dat ze een Verkenner-Onderhandelaar is.
‘Net zoals mijn zus, die als luchtballonpilote toeristen meeneemt boven de Zwitserse Alpen. Beiden kunnen we goed risico’s verdragen, en we houden absoluut niet van structuur en overbodige regeltjes – eigenschappen die typisch zijn voor een Verkenner. Maar het feit dat we allebei een baan hebben die goede sociale vaardigheden vereist, maakt ons Onderhandelaars.’
De Amerikaanse liefdesexperte stelde een vragenlijst op die uitmaakt tot welk type je behoort. Ze verbindt ook elk type temperament met een chemische stof in de hersenen. Op basis van je temperament word je op de datingsite chemistry.com gekoppeld aan een partner die het best bij jou past. Zo gaan Verkenners goed samen met andere Verkenners, terwijl Regelaars beter passen bij Onderhandelaars.
Is uw koppelschema wetenschappelijk onderbouwd? En werkt de formule nog nadat de eerste verliefdheid is vervlogen?
'Op basis van de gegevens van chemistry.com merkte ik al snel dat Verkenners zich van nature aangetrokken voelen tot andere Verkenners. Het is dus een vorm van statistiek: ik zag dat er meer koppels van het type Verkenner-Verkenner ontstonden dan bijvoorbeeld Verkenner-Bouwer. We hebben eens een online enquête gedaan met de vraag of de mensen die net hun eerste date achter de rug hadden, daar spijt van hadden: 82 procent antwoordde: ‘Absoluut niet’.
Maar ik geef toe dat ik geen vergelijkbare informatie heb voor de lange termijn. Daarvoor bestaat de website nog niet lang genoeg. Ik heb wel eens een vergelijkbare vragenlijst gepubliceerd in O – het maandblad rond Oprah Winfrey – gericht op koppels die al langer dan 16 jaar samen waren. En wat bleek: ook hier waren de basiscombinaties zoals ik die beschrijf (Verkenner-Verkenner, etcetera) de gelukkigste paren.’
Eén element vind ik niet terug in uw beschrijving van de vier persoonlijkheidstypes: humor. Moet er in een goede relatie niet af en toe gelachen worden?
'Gevoel voor humor hoort er zeker bij. Maar ik moet toegeven dat ik het niet durfde op te nemen in mijn vragenlijst, simpelweg omdat het moeilijk te achterhalen is, zeker op een datingsite. Want er is natuurlijk niemand die toegeeft dat hij geen gevoel voor humor heeft. Humor valt gewoon niet te meten in de profielen die mensen invullen op een datingsite. Maar je moet het ook niet overschatten: ik ben ervan overtuigd dat een enorm grappige man die verder dik, klein en laaggeschoold is en op de verkeerde partij heeft gestemd, ook geen succes zal hebben bij elke vrouw die hij wil. Maar om veilig te spelen, heb ik humor dus niet opgenomen in mijn lijst.’
Niet zo lang geleden waren mensen die een partner via het internet zochten nog zielenpoten. Is dat intussen veranderd?
'Op een datingsite verzin je in eerste instantie een mooi verhaaltje over jezelf, maar dat doe je ook wanneer je iemand wilt versieren op een feestje of op café. Voor mij zijn datingsites gewoon de nieuwste stap in een lange evolutie om mensen samen te brengen. Het is net hetzelfde als een cafébezoek, als je er tenminste op uit bent iemand te versieren, natuurlijk.
In de wereld van vandaag trouwen we niet meer met ons eerste schoolvriendje, en ook niet met onze vriendjes van de universiteit. Datingsites proberen mensen samen te brengen die dezelfde overtuiging, dezelfde sociale klasse, hetzelfde geloof delen. Wat ik daaraan heb toegevoegd is de rol van de biochemische processen in ieders lichaam, en welke invloed die hebben op de persoonlijkheid.'
Maar staan de profielen op datingsites niet bol van de leugens?
'Op café ben je ook niet helemaal jezelf, hè. Liegen over onszelf doen we allemaal, of het nu vanachter de computer gebeurt of aan de bar. Overigens weten vrouwen vrij snel – bij mij is dat toch zo – wanneer een man tegen hen liegt. En dankzij dit werk ben ik ook te weten gekomen waarover er het vaakst gelogen wordt: vrouwen beknibbelen doorgaans op hun leeftijd en gewicht. Mannen overdrijven hun inkomen en hun lichaamslengte.'
Verkenners zouden een verhoogde activiteit van de neurotransmitter dopamine bezitten. Regelaars hebben veel testosteron. Hoe onderzoek je of dat verband tussen temperament en biochemie universeel is?
'Daar zijn we eigenlijk nog niet mee begonnen. Je kan aan mensen op datingsites niet zomaar vragen of ze wat speekselvocht opsturen. Maar in de vragenlijst op chemistry.com zitten wel een stuk of tien controlevragen die te maken hebben met dit biologische en genetische verband. Zoals: ‘Is je middelvinger langer dan je wijsvinger?’. Als dat zo is, dan wijst het op een verhoogde aanwezigheid van testosteron. Wanneer uit de andere vragen blijkt dat de man of vrouw in kwestie qua temperament een Regelaar is, dan weten we dat het verband klopt, en dat hij of zij de lijst eerlijk heeft ingevuld. Als je middelvinger daarentegen korter is dan je wijsvinger, wijst dat op veel oestrogeen, wat bij het Onderhandelaarstype hoort. We hebben dus een verborgen betrouwbaarheidstest ingebouwd.
Maar echt wetenschappelijk bewijs is het natuurlijk niet. Daarom zullen we binnenkort bij studenten van de Pacific University in Oregon hun persoonlijkheid én hun hormonale huishouding onderzoeken om te zien of het verband inderdaad bij iedereen klopt.'
Studenten zijn gemakkelijk in een zaal te krijgen, maar ze gebruiken vaak drugs, zijn aan de pil of nemen concentratiestimulerende middelen...
'Dat klopt. Daarom sluiten we studenten uit van wie we weten dat ze drugs of medicijnen nemen, en ook alle studentes die de pil slikken. We houden zelfs rekening met hun menstruele cyclus! Er zijn zoveel factoren die dit soort onderzoek bemoeilijken. Het zal je dan ook niet verbazen dat de biologische basis van de persoonlijkheid nog maar weinig wetenschappelijk onderzocht is.’
Stel dat je via chemistry.com een partner vindt die perfect bij je past, maar tijdens het invullen van de vragenlijst zat je aan de Prozac. Ben je dan aan de verkeerde gekoppeld?
'Sommige mensen komen me vertellen dat ze verliefd werden op hun huidige partner toen ze aan de Prozac zaten. Ze vragen me dan of ze best blijven slikken. If you were high when you met him, stay high (lacht).
Ik ga mensen natuurlijk niet aanraden om Prozac te nemen, want zulke medicijnen onderdrukken een aantal gevoelens. Soms kunnen ze helpen, maar de meesten gebruiken ze gewoon om de dag door te komen en raken eraan verslaafd. Maar het is nu eenmaal zo dat drugs onze hormonen overhoop halen, en daardoor ook onze gemoedstoestand. Dat is precies waarom we naar alcohol grijpen. Toch beseffen we meestal niet hoe subtiel geestverruimende middelen onze partnerkeuze beïnvloeden, of onze seksuele appetijt.'
De Zwitser Claus Wedekind ontdekte in de jaren negentig dat vrouwen zich aangetrokken voelen tot mannen met een tegengesteld immuunsysteem. Hij liet vrouwen aan bezwete T-shirts ruiken. Is er een verband met uw onderzoek?
'Wedekind toonde voor het eerst aan dat er een duidelijk biologisch mechanisme is dat de voorkeur bij vrouwen bepaalt voor mannen met een bepaald type immuunsysteem. Maar het ging daar uitsluitend over seksuele aantrekking. Dat is eigenlijk niet mijn terrein. Als je graag met iemand seks zou hebben, denk je meestal niet meteen aan een langere relatie. Een man kan er heel aantrekkelijk uitzien, maar vanaf het moment dat hij zijn mond opendoet...
Er bestaan datingsites die uitsluitend focussen op de HLA-antigenen uit de experimenten van Wedekind (mensen met tegengestelde HLA-antigenen worden daarbij gekoppeld met elkaar, red.). Dat is natuurlijk een grote vergissing. Er komt veel meer bij kijken om een goede partner te vinden.'
Liefde en seks liggen aan de basis van de voortplanting. Hoe belangrijk is evolutie in uw onderzoek naar de biologie van de liefde?
'De evolutie heeft ons drie verschillende hersensystemen gegeven voor de paring en de voortplanting: de drang naar seks, de romantische liefde en de diepere hechtingsband. Ik heb vooral de hersenstructuur van de romantische liefde bestudeerd. Deze drie systemen kunnen samen actief zijn of elk apart. Je kan je seksueel aangetrokken voelen tot meerdere mannen of vrouwen, en je kan een diepe, emotionele band voelen met iemand anders. Stel: je voelt je seksueel aangtrokken tot een vrouw en je gaat ermee naar bed, dan zorgt het orgasme ervoor dat er dopamine wordt geproduceerd, waardoor er een vorm van romantische liefde kan ontstaan. Ook wordt na het orgasme oxytocine aangemaakt, dat in verband staat met een diepere hechtingsband. In wezen kan je je lichaam dus manipuleren. Maar het hoeft natuurlijk niet altijd met seks te beginnen. Je kan een platonische relatie hebben met iemand die je nog nooit gekust hebt, waarna het kan overgaan tot een seksuele relatie. De fout die vele mensen maken is dat ze denken dat dit allemaal slechts fasen zijn. Dat zijn ze echter niet: je kan je dieper met iemand verbonden voelen en op het moment dat jullie beiden opnieuw vrijgezel zijn, kan er een relatie ontstaan waar je van tevoren nooit aan zou hebben gedacht. Alles wat je doet met elkaar, wekt chemische processen op in je lichaam, en omgekeerd.’
Hoe staan uw collega-wetenschappers tegenover uw samenwerking met match.com, een bedrijf dat in de eerste plaats toch uit is op winst?
'Dat valt nogal mee, hoor. Ik moet toegeven dat ik nogal verrast was in het begin. De mensen achter match.com geloven écht in de wetenschap achter hun datingsite. Het zijn geen loze stukjes tekst om de website een professioneel karakter te geven. Maar wat mij bij mijn collega’s vooral geloofwaardig maakt, is dat ik zomaar even een testpubliek van 8 miljoen mensen tot mijn beschikking heb, waarvan 5 miljoen in de VS. Welke psycholoog of bioloog kan dat zeggen?'
Weet u eigenlijk waarom we nooit op meerdere mensen tegelijk verliefd kunnen zijn? Bij bavianen zou dat bijvoorbeeld wel voorkomen.
'Of het bij bavianen kan, weet ik niet. Ik ben geen apendeskundige. Maar bij mensen ben ik er honderd procent zeker van: je kan maar op één persoon tegelijk verliefd zijn. Een van de gemeenschappelijke delers in alle liefdesrelaties is dat de liefde wordt gedeeld tussen twee mensen. Je kan wel seks hebben met meerdere mensen, of zogezegd ‘iets voelen’ voor meer dan één persoon, maar na een tijdje beginnen je hersenen zich vanzelf te focussen op één persoon. Het is tevens de manier waarop dopamine in onze hersenen werkt: het focust heel diep, maar ook heel nauw. Onze hersenen kunnen maar rekening houden met één andere persoon. Logisch ook, want een derde is vanuit evolutionair oogpunt volstrekt nutteloos.
Een mooi bewijs van hoe universeel de een-op-een relatie wel is, vind je terug in de liefdespoëzie, die van alle tijden en culturen is. Eigenlijk zijn gedichten onschatbare artefacten die ons vertellen hoe men vroeger over de liefde dacht. Of het nu gaat om Oud-Egyptische dichtregels, Chinese poëzie uit de 9de eeuw of Japanse gedichten uit de 10de eeuw na Christus, het is altijd hetzelfde: Ze is mijn enige ware liefde, ik sterf zonder haar... Of zoals de Indische dichter Kabir ooit zei: The lane of love is narrow, there’s room for only one. Steeds spelen twee mensen de hoofdrol. Dus wanneer iemand me komt vertellen dat hij verliefd is op twee mensen tegelijk, dan denk ik niet dat hij weet wat liefde inhoudt.’

WIE IS HELEN FISCHER?
Helen E. Fisher (1945) verricht als biologe-antropologe aan Rutgers University (New Jersey) al dertig jaar onderzoek naar de biologie van de liefde. Ze schreef over dit onderwerp diverse populair-wetenschappelijke boeken, zoals Over de liefde, De eerste sekse en Waarom we verliefd zijn.
In 2005 werd ze door ’s werelds grootste datingsite (match.com) gevraagd om chemistry.com mee op te starten, een online datingformule waarmee mensen op basis van hun temperament en hun hormonale huishouding aan de ‘juiste’ partner worden gekoppeld. Op dat gegeven is ook haar nieuwe boek Waarom hij? Waarom zij? gebaseerd.
Dit interview staat in Psyche&Brein, nr. 5 2009.