Dieren zijn morele wezens die net als mensen het onderscheid kunnen maken tussen goed en kwaad, stelt bioloog Marc Bekoff. Volgens de Amerikaanse emeritus hoogleraar is de vraag niet of dieren gevoelens of moraliteit hebben, maar wel wat de evolutionaire betekenis ervan is.
Door Helga D'Havé/ Lees het artikel in pdf
Voorsmaakje van interview met dr. Marc Bekoff van Helga D'Havé.
Bekoff ontwikkelde veel van zijn theorieën na jarenlang onderzoek bij prairiewolven in het Nationaal Park Grand Teton in de Noord-Amerikaanse staat Wyoming. Het viel hem op dat een groot deel van de coyotes die het vertikten om fair te spelen, de groep moesten verlaten omdat ze geen sterke sociale banden hadden. Volgens Bekoff zijn veel dieren bedreven sociale wezens en hanteren ze een morele code die onontbeerlijk is voor de instandhouding van de complexe sociale relaties in de groep.
‘Met elkaar spelen is bij de meeste diersoorten erg belangrijk voor de sociale, lichamelijke en cognitieve ontwikkeling. Zoals bij mensen geldt ook bij dieren fair play, wat een uiting is van moraliteit. Honden, wolven en coyotes bijten niet door als ze spelen en ze maken gebruik van signalen om te tonen dat ze willen spelen en niet vechten of paren. Als het toch uit de hand loopt, gebruiken ze signalen om zich te verontschuldigen. Zo zullen wolven en honden door hun voorpoten buigen. Slechts zelden escaleert een spel in een gevecht. Bij wilde coyotes zagen we op duizend observaties slechts zes keer dat de situatie uit de hand liep. Maar moreel gedrag komt natuurlijk niet alleen tijdens het spelen tot uiting. Ook apen die elkaar vlooien of voedsel geven, geven blijk van fair gedrag.’
Betekent dat dat dieren eenzelfde moraliteit hebben als mensen?
‘Zeker niet. De moraliteit van een hond is niet dezelfde als die van een mens of van een wolf. Moreel gedrag is erg subtiel en kan zelfs binnen eenzelfde soort verschillen. Ook tussen mensen zijn er verschillen in moraliteit.’
Wat is het belang van moraliteit bij dieren?
‘Het is vooral belangrijk voor het individu, minder voor de populatie. Als een dier niet fair is, wordt het door de groep uitgesloten. Als dat op jonge leeftijd gebeurt, verlaagt dat zijn kans op overleven, want een uitgestoten dier sterft vaker op jongere leeftijd dan andere leden van de groep. Soms kan onfair gedrag ook voor de groep gevolgen hebben, bijvoorbeeld als een roedel wolven een individu verliest dat belangrijk is voor de groep.’
U had het tot nu toe over zoogdieren. Vertonen vogels, vissen, reptielen, of misschien zelfs insecten ook moreel gedrag?
‘De meeste bewijzen stammen van onderzoek bij zoogdieren, maar de bioloog Bernd Heinrich vermeldt ook moreel gedrag bij vogels. Hij observeerde hoe raven elkaar bestraffen als ze voedsel van elkaar stelen. Over andere dieren bestaan geen gegevens. Het zou me echter niet verbazen als bijvoorbeeld vissen een vorm van moreel gedrag vertonen.’
Kennen alleen sociale dieren moraliteit?
‘Hoe socialer een dier, hoe complexer en subtieler zijn moreel gedrag zal zijn. Wolven zijn bijvoorbeeld erg sociaal en ze moeten vaak onderhandelen over hun onderlinge relaties. Maar als je een minder sociale diersoort in een groep plaatst, zal die ook moreel gedrag vertonen. Die dieren zijn dus wel in staat tot moreel gedrag, maar ze hebben dat doorgaans niet dagelijks nodig. Het mooiste voorbeeld vormen de dieren in de zoo. In het wild leven ijsberen solitair, maar in de zoo moeten ze rekening houden met de andere ijsberen om de goede relaties in stand te houden.’
Kunnen dieren ook moreel zijn tegenover andere diersoorten, zoals de mens moreel gedrag tegenover dieren vertoont?
‘Moreel gedrag tussen soorten bestaat zeker, maar er zijn minder gevallen bekend. Een voorbeeld is de gorilla Binti Jua in de Amerikaanse Brookfield-zoo. Die kwam een kleuter te hulp die over het hek was geklommen en in het apenverblijf was gevallen. Binta Jua beschermde het bewusteloze jongetje tegen de andere gorilla’s en bracht het naar de bewakers. Er zijn ook gevallen bekend van dolfijnen die mensen redden van haaien.’
In natuurdocumentaires zien we meestal competitie tussen dieren: jagen, vechten, ‘survival of the fittest’. Heeft de mens een vertekend beeld van het sociale leven van dieren?
‘De media tonen liever sensationeel gedrag dat de aandacht trekt, en dat is niet het geval voor speelgedrag. Mensen worden inderdaad misleid. Charles Darwin schreef over competitie, maar hij schreef ook over samenwerking tussen dieren. Een dier dat te dominant is, kan niet overleven. Er is een evenwicht nodig tussen competitie en gerechtigheid (‘wild justice’). Uit de literatuur blijkt dat bij de meeste dieren negentig procent van het gedrag vriendelijk – of prosociaal – is.’
"Een dier dat te dominant is, kan niet overleven. Er is evenwicht nodig tussen competitie en gerechtigheid"
Is rechtvaardig zijn alleen een manier om relaties met soortgenoten te onderhouden en overlevingskansen te verhogen of is een dier ook moreel omdat het empathie voelt?
‘De emotionele basis voor moreel gedrag is dat dieren iets voor elkaar voelen. Ze zijn lief voor elkaar en medelevend. Uit labexperimenten blijkt dat ratten niet eten als ze merken dat daardoor andere ratten een elektrische schok krijgen. Het is belangrijk te beseffen dat deze dieren een keuze maken. Als ik een rat ben, hoef ik je niet te helpen als je pijn hebt en ik hoef ook niet te stoppen met mijn activiteiten opdat je pijn zou verdwijnen, maar ik doe het omdat ik met je meevoel. Dat soort onderzoek is nog erg nieuw, maar meer en meer bewijzen dienen zich aan dat een groot deel van de zoogdieren empathie voelt.’
Gelooft u dat dieren elkaar graag zien zoals mensen dat doen of dat ze zelfs liefde kennen?
‘Ik twijfel er niet aan dat dieren om elkaar geven en liefdesrelaties hebben. Als je liefde definieert als een diepgaande, langdurige band, dan is het duidelijk dat dieren liefde tonen. Bij heel wat diersoorten brengen de koppels veel tijd met elkaar door: ze slapen bij elkaar, eten samen, brengen samen de jongen groot, verdedigen samen een territorium … Zoogdieren hebben dezelfde zenuwbanen in het limbisch systeem van de hersenen en dezelfde neurotransmitters als mensen, dus zou het verwonderlijk zijn mochten ze geen liefde kennen. Hun liefde is misschien niet dezelfde als die bij mensen, maar ook mensen zien elkaar graag op verschillende manieren.’
Welke andere emoties ervaren dieren?
‘Ze ervaren net als wij verdriet, rouw, jaloezie, wrevel, afkeer … Vooral verdriet is erg uitgesproken. Olifanten porren jonge, stervende soortgenoten aan om op te staan en ze hebben begrafenisrituelen waarbij ze rouwen en het dode lichaam aanraken. Ik heb in het wild gezien hoe het gedrag van olifanten op zo’n moment volledig verandert. Ook eksters zag ik rouwen door een dode soortgenoot aan te raken en toe te dekken. Nadat dit verhaal werd gepubliceerd in verschillende media kreeg ik ontelbaar veel mails van mensen die me vertelden dat ze dat ook al hadden gezien. Mijn waarneming is dus geen losstaand geval.’
Sommige wetenschappers zijn sceptisch en doen het sociaal gedrag dat u vernoemt – samen voor de jongen zorgen of dode lichamen aanraken – af als instincten die voor de overleving van de soort moeten zorgen.
‘Misschien zijn het instincten, maar deze dieren maken keuzes om met een bepaald individu anders om te gaan dan met andere soortgenoten. Het is niet omdat het mogelijk instincten zijn, dat er geen onderliggende gevoelens aanwezig zijn. Voor het gedrag van mensen kan je eveneens beweren dat we handelen voor het behoud van de soort, maar dat wil niet zeggen dat we niets voelen.’
‘Als je iets niet weet, is het al te gemakkelijk om te zeggen dat het niet bestaat. Ik geloof dat we net een andere benadering moeten hanteren: als je iets niet weet, veronderstel dan dat het bestaat. Als je Darwins concept van evolutionaire continuïteit aanvaardt, waarbij verschillen tussen soorten verschillen zijn in gradatie en niet in aard, dan is het duidelijk dat als wij een bepaalde eigenschap hebben, dieren die ook hebben onder een bepaalde vorm. Als wij rouwen, pijn hebben of blij zijn, kunnen dieren dat ook, maar hun rouw, pijn of blijheid zijn daarom niet dezelfde als die van ons.’
‘Het is vreemd dat sommige wetenschappers en andere mensen Darwins principe van evolutionaire continuïteit accepteren voor lichamelijke kenmerken, maar niet voor mentale eigenschappen. Darwin stelde al in The Descent of Man dat de mens veel instincten (emoties, passies ...) gemeen heeft met dieren, maar toch blijven veel auteurs beweren dat de mens voor wat betreft zijn mentale capaciteiten van de dieren gescheiden wordt door een onoverzienbare barrière. Nochtans is het hart van een vis ook anders dan dat van een mens, maar het blijft een hart. Dat is voor gevoelens niet anders.’
Wetenschappers die dieren emoties toebedelen, worden vaak beschuldigd van antropomorfisme.
‘Inderdaad. En diezelfde mensen zeggen ook dat een olifant gelukkig is in een zoo. Ze maken zich met andere woorden zelf schuldig aan antropomorfisch gedrag. Zij mogen dat doen, maar wij niet. We zien dit vooral bij hoe mensen met hun huisdier omgaan. Ze zeggen dat hun hond of kat gelukkig is, of pijn heeft … Ze geven hun hond, kat of ander huisdier met andere woorden emoties en zijn antropomorfisch ... en ze hebben gelijk, want hoe meer tijd je met dieren doorbrengt, hoe gevoeliger je wordt voor de onderliggende emoties van hun sociaal gedrag. Diezelfde mensen geven vaak geen emoties aan koeien of varkens, maar dat komt alleen omdat ze met die dieren geen tijd doorbrengen. Sceptische wetenschappers zeggen trouwens ook dat gedragsonderzoek bij wilde dieren uit anekdotes bestaat, en daarom niet wetenschappelijk is. Ik zeg dan: tel alle anekdotes bij elkaar op en je hebt data.’
Intelligentie bij dieren is wel meer algemeen aanvaard dan emoties.
‘Het is veel gemakkelijker om intelligentie bij dieren te testen dan emoties, door in het lab dieren opdrachten te geven. Je kunt hun gedrag observeren en je ziet hoe ze bepaalde problemen oplossen. Je kunt een dier natuurlijk niet vragen wat het voelt, maar dieren hebben hun eigen taal. Je komt veel te weten als je kijkt naar hun oren, hun staart, de ogen of hun gedrag. We moeten leren hoe we met dieren kunnen communiceren en hun lichaamstaal begrijpen.’
Recent onderzoek toont aan dat sommige vogels beter gereedschap kunnen gebruiken dan chimpansees. Zou het kunnen dat vogels slimmer zijn dan primaten?
‘Dat is eigenlijk geen goede vraag, omdat dieren doen wat ze moeten doen als lid van hun soort. Dieren vertonen bepaald intelligent gedrag niet, maar dat wil niet zeggen dat ze daartoe niet in staat zouden zijn. Ze hebben het alleen niet nodig om te overleven.’
Een studie van de University of Buffalo stelt dat sommige dieren functionele parallellen vertonen met menselijk bewustzijn (besef hebben van hun eigen bestaan) en cognitief zelfbewustzijn (waarnemen wat er in hun geest omgaat). Dolfijnen kunnen bijvoorbeeld twijfelen en ze weten dat ze twijfelen.
‘Ik denk dat de meeste dieren een vorm van zelfbewustzijn vertonen. De typische test die wetenschappers gebruiken om dat na te gaan is de spiegeltest. Je houdt een dier een spiegel voor, verft een stip op zijn kop en kijkt toe hoe het dier naar de stip wijst. Maar het is niet omdat een dier naar de stip op zijn lichaam wijst, dat het weet wie het is. Ik denk dat wetenschappers te veel belang hechten aan de spiegeltest. Ik probeerde hetzelfde met wolven. Maar wolven kunnen natuurlijk niet naar hun kop wijzen, dus gebruikte ik sneeuw, vermengd met urine. Ik stelde vast dat wolven hun eigen urine van die van andere wolven kunnen onderscheiden. De moraal van dit verhaal is dat mensen visueel zijn, en veel dieren, zoals wolven, niet. Wij ontwerpen visuele experimenten, maar veel dieren kennen elkaar en zichzelf aan de hand van geuren of geluiden, dus moet je een studie naar zelfherkenning op maat maken van de zintuiglijke wereld van het dier dat je onderzoekt. Je kan niet zeggen dat olifanten, chimpansees en dolfijnen zelfbewustzijn hebben en honden niet. Hoe meer we dieren gaan bestuderen, hoe meer we zullen vaststellen dat ze een vorm van ‘zelf’ hebben. Dat wil niet zeggen dat ze weten wie ze zijn. Het betekent wel dat ze hun lichaam kunnen onderscheiden van dat van een ander dier.’
Als we kijken naar de manier waarop mensen dieren behandelen, is pijn erg belangrijk. Denkt u bijvoorbeeld dat kreeften pijn voelen als ze levend worden gekookt?
‘Het lijkt me duidelijk dat kreeften er niet van houden om in kokend water te worden gegooid of dat vissen niet graag een haak in hun bek hebben. Vissen reageren op dezelfde manier op de pijnstiller morfine als mensen. Lang werd gedacht dat vissen geen pijn voelen, maar ze voelen vissenpijn. Die pijn is daarom niet dezelfde als onze pijn, maar elke mens ervaart pijn ook anders en heeft een andere pijngrens. Pijn blijft pijn. Het heeft bovendien een belangrijke functie voor het overleven van een dier. Het werkt als een waarschuwing, bijvoorbeeld om te vluchten, dus lijkt het me absurd te denken dat pijn in veel dieren niet zou zijn geëvolueerd. Het principe van evolutionaire continuïteit van Darwin geldt ook hier.’
Wat betekent onze kennis over de mentale vermogens van dieren voor de manier waarop we dieren behandelen?
‘Ik hoop dat, naarmate we bijleren over emoties en pijn bij dieren, we ons gedrag tegenover dieren zullen aanpassen. Vanuit een functioneel oogpunt moeten we deze informatie gebruiken om de levens van dieren beter te maken. De wereld heeft nood aan meer medeleven onder mensen en tussen mensen en dieren en ik ben ervan overtuigd dat beide elkaar voeden.’ ■
- Mark Bekoff
Marc Bekoff (1945) is als emeritus hoogleraar Ecologie en Evolutionaire Biologie verbonden aan de Amerikaanse University of Colorado, Boulder. Hij heeft zich gespecialiseerd in het gedrag en het emotionele leven van dieren. In 2000 kreeg hij van de Animal Behavior Society de Exemplar Award voor zijn langdurig onderzoek rond het gedrag van dieren. Hij is lid van het Ethisch Comité van het Jane Goodall Institute. Hij schreef meer dan tweehonderd wetenschappelijke artikelen en heeft 22 boeken op zijn naam staan. Onlangs verscheen Wild Justice, en begin volgend jaar ligt zijn 23ste boek The Animal Manifesto in de rekken.