De Amsterdamse haven en het IJ hebben momenteel te lijden onder een kwallenplaag. Miljoenen Amerikaanse ribkwallen vermenigvuldigen zich in een sneltempo en bedreigen zo het lokale visbestand. De Amerikaanse ribkwallen zijn volgens stadsecoloog Martin Melchers een aantal jaar geleden per ongeluk met het ballastwater van schepen meegereisd uit de Atlantische Oceaan. ‘Eén meereizende ribkwal was zelfs voldoende’, zegt Melchers, ‘Het diertje is tweeslachtig en kan dus zichzelf bevruchten’.
Ecologische ramp?
De Amerikaanse ribkwallen zijn niet gevaarlijk voor mensen, maar vormen wel een bedreiging voor de lokale vissensoorten. In de jaren tachtig dook de Amerikaanse ribkwal ook al eens op in de Zwarte Zee en zorgde daar voor een ineenstorting van het ecosysteem.
De kwallen eten jonge vissen op, maar ook het plankton waarvan de volwassen vissen leven. Op die manier komen lokale vissensoorten zoals aal, snoekbaars, kabeljauw en tong onder druk te staan. En dat is nog niet alles. De kwallen halen ook zuurstof uit het water, waardoor ze vissen die te dicht komen ook verstikken.
Toch is ecoloog Martin Melchers ervan overtuigd dat de kwallen in Amsterdam niet voor een ecologische ramp zullen zorgen. ‘In het IJ is brak en zoet water aanwezig. De kwallen overleven alleen in brak water. Vissen kunnen dus aan de kwallen ontkomen door te vluchten naar gedeeltes met zoet water.'
‘Een aal in een emmer snot’
De kwallen vangen is ook niet eenvoudig. ‘Je kan de kwallen met het blote oog zien, maar vastnemen lukt amper’, legt Melchers uit, ‘De kwallen zijn heel teer en bestaan voor 97% uit water. Daardoor breken ze in je hand en lopen als het ware leeg.’
Voor de vissers betekent de komst van de kwal een economische ramp. ‘Ik vang de laatste tijd een pak minder vis’, klaagt een Amsterdamse visser, ‘En als ik mijn netten bovenhaal, til ik mij een hernia, zoveel kwallen haal ik boven. In mijn netten is het dan zoeken naar die ene aal in een berg snot.’
Sinds enkele jaren terroriseert de Amerikaanse ribkwal ook de Noordzee, maar het blijft voorlopig afwachten wat de ecologische gevolgen bij ons zullen zijn.