Waarom werken sommige vogelsoorten samen bij het grootbrengen van de jongen, en staan andere ouderparen er helemaal alleen voor? Britse wetenschappers onderzochten de mate van samenwerking bij 267 vogelsoorten en legden een link met promiscuïteit.
Hoe meer partners een vogelvrouwtje heeft, hoe kleiner de kans dat bloedverwanten haar helpen bij het grootbrengen van de jongen, zoals door voedsel te brengen of het nest te beschermen. Bij erg promiscuë soorten, zoals de rode tiran, staan de ouders er alleen voor, terwijl nagenoeg volledig monogame soorten zoals de eksterbabbelaar wel hulp krijgen.
De verklaring ligt voor de hand. Als vrouwtjes met slechts één mannetje paren, zijn alle jongen even dichte verwanten. In zo’n geval bevordert het helpen van je familieleden bij het grootbrengen van hun jongen het voortbestaan van je eigen genen, aangezien je die voor een groot stuk met je verwanten deelt. Zijn die ook drager van de genen die instaan voor sociaal gedrag, dan zal die eigenschap zich verspreiden in de populatie.
Houdt een vrouwtje er daarentegen meerdere partners op na, dan delen haar nakomelingen minder genen met elkaar en is samenwerking vanuit evolutionair standpunt minder voordelig. Een jong dat er nu voor kiest verwanten te helpen bij de opvoeding in plaats van zelf te paren, zal daarbij ook de overlevingskansen verhogen van vogels waarmee het minder genen gemeenschappelijk heeft, terwijl het zelf zijn 'sociale genen' niet doorgeeft.
Er zijn echter ook uitzonderingen op de regel. Duiven zijn extreem loyaal aan hun partner, maar krijgen geen hulp van verwanten. Het Australische elfje kan wel rekenen op hulp, maar is tegelijk de meest promiscue vogel ter wereld. De onderzoekers denken dat de verklaring voor die uitzonderingen ligt in specifieke ecologische en genetische factoren.
De wetenschappers stelden ook een evolutionaire stamboom op voor de 267 vogelsoorten en ontdekten dat de kans op het ontwikkelen van sociaal gedrag groter was als de voorouders van een vogelsoort minder promiscue waren. Die relatie tussen trouw en de evolutie van sociaal gedrag was al aangetoond bij mieren, bijen, termieten en garnalen, maar het was nog niet duidelijk of ze ook opging voor gewervelden.
Hoewel de onderzoekers vogels als studie-object gebruikten, vermoeden ze dat de regel algemeen geldig is. (DDC)