In Zuid-Afrika zijn archeologen op het oudste bewijs van het gebruik van pijl en boog gestoten. Ze groeven er 64.000 jaar oude puntige stenen op die vermoedelijk dienst deden als pijlpunt.
Dat leiden de wetenschappers onder meer af uit bot- en bloedresten op de stenen. Daarnaast maken sporen van beschadiging het waarschijnlijker dat de stenen de punt van een projectiel vormden dan dat ze een onderdeel waren van een speer.
De onderzoekers vonden op de stenen bovendien sporen van hars die vermoedelijk diende om de punten aan een stok te bevestigen.
De lijmsporen wijzen er volgens de archeologen op dat onze voorouders toen al in staat waren om samengestelde werktuigen te maken, een indicatie van aanzienlijke cognitieve capaciteiten.
De ontdekking catapulteert de introductie van de ‘pijl-en-boogtechnologie’ 20.000 jaar terug in de tijd en wijst er volgens de onderzoekers op dat de toen levende mensen cognitief niet zoveel van ons verschilden.