Er circuleren heel wat tegenstrijdige berichten over de afbraak van de onderzeese oliepluim die na de olieramp in de Golf van Mexico ontstond. Vorige week bleek uit wetenschappelijk onderzoek dat de olie langzamer afbreekt dan aangenomen. Nu zegt een andere studie dat de invloed van olie-afbrekende bacteriën net onderschat wordt.
De oliepluim zou momenteel 35 kilometer lang en 200 meter breed zijn, en zich op een diepte van 1.100 meter bevinden. Het Amerikaanse Berkley Lab vond in waterstalen van de oliepluim een grote variëteit in ‘gamma-Proteobacteriën’. In tegenstelling tot andere olie-afbrekende bacteriën gebruiken deze variëteiten geen zuurstof voor de degeneratie van olie. Bovendien worden ze gestimuleerd door de aanwezigheid van olie in koud water.
Conventionele methodes meten het zuurstofgehalte in waterstalen om de mate waarin de oliepluim op een natuurlijke manier wordt afgebroken (bioremediatie) in te schatten. Mogelijk word de bijdrage van de bacteriën die geen zuurstof nodig hebben dus over het hoofd gezien.
‘Het is inderdaad goed mogelijk dat dergelijke anaërobe bacteriën meewerken aan de afbraak van de olie,’ zegt Filip Volckaert, hoogleraar dierenecologie en -systematiek aan de K.U.Leuven. ‘Olie is een natuurlijk product. Op plaatsen waar olie vrijkomt uit de oceaanbodem is vaak een grote populatie van deze bacteriën aanwezig. Hun werking mag echter niet worden overschat. De anaërobe verwerkingsprocessen gaan trager dan aërobe. Daarnaast zetten microben koolstof om in producten die voor hun metabolisme nuttig zijn. In dat proces kunnen ook schadelijke tussen- en afvalproducten vrijkomen.’
Bij de olieramp met de Exxon Valdez in 1989 werden gekweekte bacteriën als experiment ingezet bij de bestrijding van de olie. Onderzoekers stimuleerden de microbengroei door ‘meststoffen’ zoals nitraat en sulfaat aan het water toe te voegen. Het experiment kon de efficiëntie waarmee de bacteriën de olie verwerken niet bewijzen. Bovendien rezen heel wat onzekerheden over de bedoelde en onbedoelde impact van de grote bacteriënpopulaties.
Eerder gebruikte de US National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA) ook al chemische middelen om de olie in de Golf van Mexico op te lossen. Die methode kreeg heel wat tegenwind, omdat de chemische producten minstens even schadelijk zouden zijn voor het milieu als de olie zelf. ‘Eigenlijk zijn er bij deze ramp geen sluitende oplossingen’, aldus Volckaert, ‘Maar over de chemische producten bestond een groeiende consensus om ze niet meer in te zetten. De producten breken olie af in kleinere partikels waardoor ze makkelijker door microben worden verwerkt. Maar de producten op zich zijn toxisch. Ze veroorzaken zelf ecologische nachtmerries.’